Hoewel borstvoeding iets natuurlijks is, ervaren veel moeders in de praktijk uitdagingen. Dat is heel normaal. Het goede nieuws: de meeste problemen zijn tijdelijk en goed op te lossen met de juiste tips en begeleiding.
Pijnlijke of kapotte tepels
Veel moeders hebben de eerste dagen last van pijnlijke tepels. Dit komt meestal door verkeerd aanleggen. Let erop dat je baby met zijn mond wijd open aanhapt. Als je tepels echt kapot raken, kan je lanolinecrème gebruiken of tijdelijk kolven om je tepels rust te geven.
Stuwing
Rond dag 3–5 voelen je borsten vaak gespannen, warm en soms pijnlijk. Dit heet stuwing. Het is een teken dat je melkproductie op gang komt. Vaak helpt het om vaker aan te leggen, je borsten te masseren of warme doeken te gebruiken voor het voeden. Na de voeding kun je koelen voor verlichting.
Te veel melk
Sommige moeders produceren meer melk dan hun baby aankan. Dit kan leiden tot snel drinken en spugen. Voeden in een meer liggende houding of eerst een beetje melk afkolven kan helpen.
Te weinig melk
Veel moeders zijn bang dat ze te weinig melk hebben. Vaak is dit niet het geval, maar voelt het zo. Vaker aanleggen en goed drinken stimuleren de productie. Ook rust en voldoende voeding voor jezelf zijn belangrijk.
Spruw
Een schimmelinfectie kan leiden tot pijnlijke, branderige tepels en witte plekjes in de mond van je baby. Dit moet behandeld worden door huisarts of verloskundige.
Emotionele belasting
Naast lichamelijke klachten kan borstvoeding ook mentaal zwaar zijn. Vermoeidheid, onzekerheid of druk van de omgeving kunnen invloed hebben. Blijf hierover praten en zoek steun als het je te veel wordt.
Tip
Je hoeft er niet alleen voor te staan. Kraamverzorgenden, consultatiebureaus en lactatiekundigen hebben veel ervaring met deze problemen en kunnen je stap voor stap begeleiden.